Het Peebos

Etymologie Peebosch:

Bos, (geboomte, hoogopgaand). Mogelijk in bezit van/gehuurd door Pebe (Piebe, Pybe, Pijbe, Peebe etc.), ofwel bos behorende bij een standplaats, boerderij (welke mogelijk vroeger plaatselijk ook wel bekend stond als Pebehof; zie hieronder).

Of:

Bos, (geboomte, hoogopgaand) op ”Pybens” heerd. De opstrekkende heerd(en) land (met behuizing), waarop het bos (als eerste) is aangelegd heette wellicht iets als ‘Pebes heerd’, ‘Pybes heerd’ ‘Pybens heerd’ of ‘Pabema heerd’ ‘Pabema stede’. De aanlegger(s) van het bos hoeven in dat geval zeker al geen Pebe meer geheten te hebben, maar kunnen ook de latere bezitters/pachters/beklemde meiers van voorgenoemd stuk land zijn. In dat geval gold het stuk land in de volksmond dus nog als de Pybens Heerd ten tijde van het ontstaan van het Peebos.

Etymologie Pebehof (anno 1793 in document): Mogelijk hof (van boerderij) van persoons/familienaam ”Pebe”. In Groningen was ‘Hof’ ook wel eens een gebruikelijke benaming voor een kerkhof, hetgeen in deze geografische context in combinatie met het prefix ‘Pebe’ niet voor de hand ligt. In Noord-Nederland lokaal een gebruikelijke benaming voor (voormalig) hof van lokale heer (heer als in: edelman, rijker persoon, grootgrondbezitter en daardoor persoon/familie met enige politieke macht).

Mogelijke eerste vermelding op kaart: 1782 = ‘Pebe Bosch’.

Mogelijke eerste vermelding in documenten: 1809 ”Peebosch”, 1793 ”bij Pebehof”. Het gaat hier zeker om gebieden binnen het huidige Peebos, toch zijn er mogelijk oudere documenten in archieven beschikbaar, waarover nog niet gepubliceerd is.

Datering ontstaan bos: Onzeker, schatting voorlopig op vanaf ca. 1750 of (niet veel) ouder. Mogelijk is de aanleg/het ontstaan van het bos verbonden met de plaatselijke ‘adel’. Deze schatting is onder meer gebaseerd op eerste naamvermeldingen van Peebos, de bodemgesteldheid ter plaatse, de landschapshistorische context en het voorkomen van geografisch overeenkomend gebied ”De Zanden onder Doezum” in documenten tot ca. 1750. De Zanden gaat hier vrijwel zeker om hetzelfde gebied, wat eventueel zou kunnen betekenen dat het bos nog niet aanwezig was toen men nog de Zanden/Sanden als naam gebruikte. Dit is echter onzeker, los van de naamgeving ”Pebe/Pee-bosch” kan het bos in enig gestalte al eerder bestaan hebben, meer onderzoek is nodig.

Vermeldingen op oude kaarten: De Sanden; gezien de pleistocene rug van de Peebos en vermeldingen op oude kaarten zeer waarschijnlijk de eerdere benaming voor het gebied dat we nu Peebos noemen, specifiek dienen we het dan waarschijnlijk te hebben over het gebied waarbij de pleistocene rug opduikt. Eerste bewoning in nieuwe tijd was waarschijnlijk voornamelijk geconcentreerd rond het gebied van het voormalige bos. Deze naam zou prima uit de middeleeuwen kunnen dateren, dat is zelfs vrij waarschijnlijk. Enige verwarring wat betreft deze oude naam ontstaat al snel als men naar een recente topografische kaart kijkt. Op sommige kaarten staat in het Opender deel van de Peebos soms wel ‘de Zanden’ aangegeven. Ook op een oud kadastraal minuutplan staat dit gebied aangegeven als ‘de Zanden’. In het vroege bevolkingsregister (doop en trouwboek Doezum enz.) vielen personen die woonden op de Sanden (in ieder geval vanaf ca. 1700, maar mogelijk al vanaf 1666) echter steeds onder het kerspel Doezum. Alleen al om deze reden is het niet waarschijnlijk dat deze naam viel onder het kerspel Opende, waar de naam de Sanden vroeger ook niet voorkomt. Ook woonden er hoogstwaarschijnlijk geen mensen in het Opender gedeelte van Peebos van voor 1850. Wel kan het zijn dat er een verschuiving van het toponiem naar het westen heeft plaatsgevonden, een ‘verdrukking’ van de Sanden door de nieuwere naam Peebos. De pleistocene rug van Peebos loopt in principe ook wel door in dit gebied, waardoor de naam niet helemaal onlogisch is. Het tegenwoordige gebied ‘de Zanden’, in het westen van Peebos heette vroeger waarschijnlijk ‘de Opender meeden’. De Zanden lagen vrijwel zeker meer naar het oosten, op het grondgebied van Doezum.

Leeuwkama (op kaarten); elders ook vermeld als een adelijke plaats liggende bij Doezum, het op de kaart weergegeven gebied komt overeen met huidige gebied van Peebos. Weinig informatie te vinden over deze plaats. Op de kaart aangeduid als een boerderij, met bomen omringd. Details kunnen overigens prima berusten op fantasie. Qua naam mogelijk of waarschijnlijk dezelfde stede die herhaaldelijk (overigens bij gebrek aan standaardspelling telkens anders gespeld) in de Doezumer ‘wester cluft’ voorkomt. De plaats, of eigenaar ervan, had vroeger rechten binnen het buurrecht van Doezum. De ligging van de verschillende Doezumer kluften is voorlopig moeilijk te duiden, een paar uitzonderingen daargelaten (bijv. Curringehorne waarschijnlijk rond Kornhorn, dat van oudsher tot Doezum behoorde). Als we de meerderheid van de vroegere edele heerden geografisch kunnen lokaliseren, kunnen we misschien ook uitspraken doen over de kluftenindeling. Edele heerden die we daarna nog niet exact geografisch kunnen plaatsen, kunnen we dan in ieder geval aan het gebied van de bijbehorende kluften toeschrijven.

Bijzonderheden I: Bij de toelichting op de kartering van de Groninger bodemgesteldheid (1825-1839) staat vermeld onder Doezum onder meer:

”Een weinig ten noorden van de Kale weg, ligt het zoogenoemde Pebe-bosch, bestaande meest uit kaphout. In dit bosch vindt men nog eenige sporen van eene Burgt.”

Mogelijk waren dit de resten van een grotere boerderij/steenhuis. Een borg is op deze plaats niet bekend en daarmee onwaarschijnlijk. Komen deze resten overeen met een adelijke plaats? Is dit de ‘Leeuwkama’ stede geweest? Is dit een van de andere Doezumer steden (uit de vroegere kluften-indeling) geweest? Een retrospectieve bezitsreconstructie (tijdsintensief) kan dit alles wellicht verduidelijken.

Bijzonderheden II: Enige tijd het grootste (in oppervlakte) bos van het Westerkwartier geweest (ca. 28.8 hectare). Daarmee enige tijd gelijk een van de grootste bossen in de provincie Groningen geweest (zoals valt op te maken uit kadastrale bronnen afkomstig uit de 19e eeuw). Ooit was het bos dan ook ca. 12x zo groot als het in 2006 aangelegde Pebe’s bos. Dit laatste bos ligt overigens niet op dezelfde locatie als het voormalige Peebosch in de 19e eeuw, maar iets ten noordwesten (zie ook afbeelding 1 hieronder). Met grootte dient men de oppervlakte van het bos niet te verwarren met de lengte van de bomen, deze waren namelijk voornamelijk laagstaand.

Bijzonderheden III: Oudste nauwkeurigere kaart op enig relevante schaal, uit de eerste helft van de 19e eeuw, doen vermoeden dat de oudste boerderijplaatsen en bospercelen rondom de Peebosserdwarsweg geconcentreerd waren. De deels onverharde weg tot en met Peebosserdwarsweg 4 ligt daar bijvoorbeeld zeker al sinds de vroege de 19e eeuw, op dezelfde plaats. Een boerderij op de Peebosserdwarsweg 4 vinden we hier dan ook al (toen overigens met de huiskamer naar de lauwers gericht). Fysisch-geografisch speelt dit alles zich rond de relatief hoge ‘rug’ van Peebos af, het was dus logisch om daar te wonen. Omliggend hooiland zal in de winter vaak blank hebben gestaan (zoals zelfs nu nog wel eens het geval is). De rug van Peebos zou dan ook de enige mogelijkheid zijn geweest in de directe omgeving (vanaf ergens in de late middeleeuwen, door maaivelddaling) om aan akkerbouw te doen.

Afb. 1: ”Het zogenaamde Peebosch”. Zoals opgemeten in of voor 1827 Bron: Eerste kadastrale kartering Nederland (Kadaster 1832), Hisgis Groningen – Eigen bewerking.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Foto: Pebe's bos (2006). Achtergrond: pettengebied Doezumermieden en Friesland. Laatste update: 28-12-2020.

error: Copyright protection